Het verhaal van Arie

Vandaag was een topdag. Een dag om nooit meer te vergeten. Lees het verhaal van Arie. 

Op bezoek

Het is nu bijna twee jaar geleden. Ik bel aan. Geen idee wat me te wachten staat. Een man doet nerveus de deur open. Neemt mijn jas aan. Er staat iets te eten op tafel. Ik weet dat hij dat niet kan betalen. Als ik het opeet zal hij de volgende keer weer van alles kopen. Laat ik het staan dan heeft hij zijn laatste geld voor niets uit gegeven…
De kast gaat open. Vuilniszakken vol post puilen uit de kast. Arie wil aan de slag, zijn rommel opruimen. Als vrijwilliger van het Rode Kruis is dit een van mijn belangrijkste taken. Oude post opruimen. Zorgen voor een paar netjes geordende ordners met de administratie. En een goed budget.
We beginnen met de eerste enveloppen. Reclame en mededelingen direct in de vuilnisbak. De data op de post baren me zorgen. Sommige zijn wel tien jaar oud. Arie helpt mee. Onhandig en hyperactief. Samen zitten we op de grond. We ploegen ons door stapels post. Na drie uur stop ik er mee voor vandaag. De kast met oude post zit dan nog bomvol.

Diep

In de maanden die volgen wordt me langzaam maar zeker duidelijk hoe diep Arie in de problemen zit. Hij is depressief. Ziet geen toekomstperspectief. Toen hij nog werk had is hij allerlei verplichtingen aangegaan. De verkopers van DSB, Aegon, de creditcardbedrijven en verzekeraars vonden in hem in mooie klant. Tot het mis ging. Toen hij ging scheiden en wat later zijn baan verloor. De rekeningen stapelden zich op. De werkloosheidsverzekering bleek een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Alle polissen, papieren, aanmaningen en bevelen van deurwaarders vormen met elkaar een ondoorgrondelijk obstakel. Arie had geen idee wat hij moest doen. Stak zijn kop maar in het zand.

Hulp

Uiteindelijk kwam er hulp. De ene na de andere hulpverlener probeerde hem te helpen. Elke paar maanden iemand anders. Huursubsidie en zorgtoeslag werden aangevraagd. Het NOAG werd ingeschakeld. Maar het was niet genoeg. De afhankelijkheid, uitzichtloosheid en vooral het niet snappen van het hoe en waarom van al die brieven hadden een enorme weerslag. Hij werd depressief. Verloor het vertrouwen. In zichzelf. In zijn omgeving. En tenslotte in de samenleving.
Als ik op bezoek kom maakt hij de huiskamer schoon. Loopt heen en weer, wipt zenuwachtig op en neer. Soms hyperactief. Soms apathisch. Post maakt hij alleen open als ik er ben. De flat is niet schoon. Hij komt vaak pas ‘s middags zijn bed uit.
We bespreken elke keer opnieuw zijn toekomst. Wat ga je straks doen als je je financiën weer op orde hebt? ´Ik weet het niet…´. ´Mijn leven is kapot…´. ´Mij overkomt de ene na de andere tegenslag…´.
Langzaam maar zeker krijgen we wat voor elkaar. Hij krijgt vertrouwen. Ziet dat ik niet de hulpverlener ben die over een paar weken weer vervangen wordt. We maken afspraken met elkaar. Meestal houdt hij zich er aan. Hij doet enorm zijn best. Het schuldhulptraject wordt vanuit de gemeente opgestart. Arie krijgt een taalcursus. En met veel pijn en moeite krijgen we het voor elkaar dat hij kan verhuizen naar een andere flat.

Naar buiten

Nu hij niet meer in de zelfde flat als zijn treiterende schoonfamilie woont, durft hij weer naar buiten. Door het schuldhulptraject stoppen de brieven van deurwaarders en incassobureaus. Langzaam maar zeker krijgt Arie weer wat zelfvertrouwen.
De taalcursus is ver onder de maat. Er wordt geen rekening gehouden met de verschillende taalniveaus. De leerlingen krijgen een boek en daar moeten ze het mee doen. Een klacht bij de gemeente over de kwaliteit van de cursus wordt niet beantwoord. Wel ontvangt Arie een factuur wegens hoog verzuim. Aangezien hij tijdens het schuldhulptraject geen nieuwe schulden mag maken is dat een groot probleem. Gelukkig kiest de gemeente er na een pittige discussie voor de boete in te trekken.

Familie

De oma van Arie oma ligt op sterven. Arie wordt door zijn familie naar Turkije gehaald. Twee weken later is hij weer terug. Het contact met zijn familie heeft hem goed gedaan. Hij is vrolijk. Zit rustig op zijn stoel. Verteld op zijn gemak zijn verhaal. Samenhangend en duidelijk. Een wereld van verschil. Helaas gaat het de weken erna weer langzaam terug naar het oude niveau.
Door alle gesprekken die we voeren, door steeds weer stil te staan bij de keuzes die hij heeft, door vooraf te bespreken wat er van hem verwacht wordt, wat schuldsanering inhoud, wat sollicitatieplicht betekent en door er telkens te zijn als hij me nodig heeft; door dit alles doorbreekt hij langzaam zijn patroon. Gaat hij inzien dat hij keuzes heeft. Dat het leven, althans voor een deel, maakbaar is. En dat hij zelf aan de slag moet om weer iets van te maken.

Toekomst

De gesprekken over zijn toekomst, werk, familie etc. duren steeds langer. We bespreken of hij in Nederland wil blijven of terug wil. De voor en nadelen van beide opties. Het is dan zomer. Door vakantie, drukte, en het gevoel dat hij het wel even alleen af kan, zie ik hem zes weken niet. Dan krijg ik een mailtje van schuldhulp. Arie moet voor het kantongerecht verschijnen vanwege zijn aanvraag WSNP. Ik bel hem, mail hem, en ga uiteindelijk thuis bij hem langs. De buren vertellen me dat hij al meer dan een week niet thuis is geweest. De brievenbus puilt uit van de post. Wat nu? Het is vrijdag. De zitting is maandagochtend. Niet verschijnen betekend onherroepelijk een afwijzing. Met een schuld van ruim een halve ton, een bijstandsuitkering en een mislukt minnelijk traject zijn er dan geen alternatieven meer. We zijn nu anderhalf jaar bezig. Dit is geen optie.
Ik besluit contact op te nemen met de rechtbank. De griffier adviseert een brief te schrijven aan de rechter en deze te bezorgen bij de rechtbank. Zondagavond gaat de telefoon. Arie. Hij was bij familie in Amsterdam. Wist van de zitting. Hij zal er zijn. We spreken af om 10.45. De zitting is om 11.00.

De zitting

10.55. Arie is nergens te bekennen. Ik bel hem.
A: ‘Ik ben onderweg, mijn fiets had een lekke band. Nu moest ik met de bus.’
P: ‘Je fiets heeft al een half jaar een lekke band. Ben je al in de bus?’
A: ‘Nee, ik sta bij de halte de bus komt zo.’
11.10 Niemand. 11.20. De griffier komt langs en laat weten dat de voorgaande rechtszaak flink uitloopt. Maar waarom heeft de gedaagde zich nog niet gemeld, vraagt de griffier. Is hij er wel? Oef, dit kost punten. 11.30 De griffier roept me binnen. 11.32. Arie komt aangerend en we lopen naar binnen.
R: ‘U wilt dus toegelaten worden door de WSNP?’
A: ‘Dat denk ik.’
R: ‘U weet wat er van u verwacht wordt?’
A: ‘Ja.’
R: ‘Kunt u aangeven wat er van u verwacht wordt?’
A: ‘Ik weet niet…’
R: ‘Wij twijfelen. U was te laat. We begrepen ook dat u vorige week niet bereikbaar was. Dat is niet toelaatbaar als u in een WSNP-traject zit. Wat was er aan de hand?’
A: ‘Hmm… Bij familie… Ik weet niet…’.
R: ‘Als u in de WSNP zit, verwachten wij dat u actief solliciteert. Wilt u werken?’
A: ‘Ik weet niet…’

En zo gaat het nog even door. Ik probeer te helpen. Leg de vragen uit. Geef aan wat er van hem verwacht wordt. Maar Arie zit met zijn hoofd op een andere planeet. Zijn taalniveau is zeven niveaus lager dan normaal. Ik snap er niets van.
Aan het eind van de zitting neem ik het woord: ‘Edelachtbare, ik ben net als u verbijsterd over deze zitting. Ik heb geen idee wat er aan de hand is, maar Arie is totaal zichzelf niet. Ik help hem al meer dan een jaar. Kan normaal gesproken prima met hem communiceren. De afspraken die ik met hem maak komt hij vrijwel altijd na. Het is soms lastig maar hij doet altijd zijn best. Hij is intelligent en wil niets liever dan zijn probleem oplossen. Het punt van de sollicitatieplicht hebben we van te voren uitgebreid besproken. Arie geeft telkens aan graag aan het werk te willen maar niet te weten hoe. Ik zal er alles aan doen Arie te helpen om aan zijn verplichtingen te voldoen en ben er van overtuigd dat het hem zal lukken.’ De rechter bedankt me (enigszins tot mijn verbazing) oprecht voor mijn pleidooi. We verlaten de rechtbank. Als dat maar goed gat. Zonder de WSNP zie ik geen enkel perspectief. En het vereist een moedige rechter om in deze situatie de WSNP aan te durven.

De brieven

Buiten vraag ik Arie wat er in hemelsnaam aan de hand is. Met horten en stoten komt het verhaal. De deurwaarders en incassobureaus hadden door een misverstand opnieuw procedures opgestart. Arie ontving weer de ene na de andere brief. Werd radeloos. Wist niet wat hij moest doen. Werd angstig, trillerig, moedeloos, depressief, terneergeslagen en uitgeteld.
Ik schrik van de impact die deze brieven nog steeds op hem hebben. Arie heeft nu al zeven jaar deurwaarders achter hem aan. Geld dat op zijn bankrekening gestort wordt haalt hij er altijd de zelfde dag nog af. Bang voor beslag. Regelmatig checkt hij zijn deur. Bang voor een aankondiging openbare verkoop door de deurwaarder en de vernedering die dat me zich meebrengt. Je buren die door je huis lopen om te zien welke spullen ze willen kopen. De advertentie in de krant… Het is wel duidelijk dat Arie aan dit alles een enorm trauma heeft overgehouden.
Een week later komt er geweldig nieuws. Arie is toegelaten tot de WSNP! Ik vrees dat mijn heldenstatus nu compleet is. ‘Dankuwel, dankuwel, dankuwel hoor…’.

Bezoek

De bewindvoerder komt op bezoek. Hij heeft opdracht extra aandacht aan deze case te besteden vanwege de twijfels van de rechter. Arie moet direct beginnen met solliciteren en zijn sollicitaties en afwijzingen maandelijks rapporteren. Dit wordt een probleem. Mijn hulp is inmiddels inefficiënt geworden. Ik heb een druk leven en houd ervan efficiënt met mijn tijd om te gaan. Arie ziet bijna nooit iemand en wil graag zijn verhaal kwijt. Een kop thee drinken. Even iemand om zich heen. Bovendien kom ik als hulpverlener. Vanuit deze positie kan ik hem niet verder helpen. En zijn sollicitatiebrieven schrijven gaat mij te ver. We nemen contact op met maatschappelijk werk. Arie wordt opgeroepen voor een intake. Zes weken later vind het eerste gesprek plaats. Arie wordt doorverwezen naar het activeringsteam.

OverRood

Inmiddels hebben we bij OverRood een pilot draaien waarin we ondernemers met financiële problemen in groepsvorm faciliteren bij het oplossen hiervan. In ruil voor onze hulp vragen we hen andere ondernemers te helpen. Veel van de principes en ideeën in de groep zijn gebaseerd op de ervaringen met Arie. Ook de software die is ontwikkeld, is bedacht met hem in het achterhoofd: het moet zo eenvoudig zijn dat Arie er zijn administratie mee kan doen en – belangrijker – zijn budget en papieren altijd en overal bij de hand heeft.
Ik bespreek met de groep wat ze ervan vinden om Arie mee te laten draaien. Ze gaan het experiment aan. Het begin gaat moeizaam. De groep helpt hem met zijn sollicitaties. Met vallen en opstaan gaan de eerste mailtjes de deur uit. Arie zoekt zijn weg in de groep en andersom. Na een aantal weken biedt een groepsgenoot aan hem samen met iemand anders een taalcursus te geven. Als betaling helpt hij haar met het archiveren en het schoonmaken van haar huis. Arie komt elke week naar de groep. Slaat geen week over. Komt altijd op tijd. Hij heeft er zichtbaar lol in. Het feit dat hij altijd terecht kan met zijn vragen en altijd geholpen wordt geeft hem een gevoel van rust en vertrouwen.

Een held

Arie heeft een afspraak met zijn werkcoach gehad. Ze hebben zijn mogelijkheden besproken. Hij wordt uitgenodigd voor een re-integratie-monitor en moet over een paar weken weer naar zijn werkcoach. Inmiddels houdt hij zijn afspraken keurig bij. In de moskee ontmoet hij iemand die misschien een baantje voor hem heeft in Amsterdam. In de groep bespreken we wat te doen. Dan gebeurt er iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Arie neemt het woord. Hij zegt: ‘Ik ga dit nu niet met mijn werkcoach bespreken. Ik wil taxichauffeur worden. Daarom moet ik zorgen dat ik over vijf maanden goed Nederlands spreek. En ik moet zorgen dat ik van mijn werkcoach een opleiding tot taxichauffeur krijg. Ik heb hier goed over nagedacht en taxichauffeur vind ik een mooi beroep. Daar ga ik voor. Als ik nu met mijn werkcoach bespreek dat ik eventueel een baantje in Amsterdam kan krijgen, loop ik het risico dat ze me geen taxiopleiding meer wil geven. Dus dat doe ik niet.’
Ik val van mijn stoel. In drie maanden is het de groep gelukt wat mij in anderhalf jaar tijd niet gelukt is en wat me in mijn eentje ook nooit gelukt was. Arie heeft een plan. Ziet perspectief. Denkt strategisch na over zijn keuzes en mogelijkheden. Hier kan geen geld tegenop. Een mooiere beloning voor mijn inspanning had hij me niet kunnen geven. Wat een topdag. Dit is echt een dag om nooit meer te vergeten. Vanaf vandaag is Arie voor mij een held!